Wetgeving

Scheiding Wet en macht


Sinds de kerk en de staat gescheiden zijn,
is de staat een onafhankelijk instituut,
die voor alle burgers gelijke
overheidsdienst behartigt.

Zou de kerk en staat verbonden zijn,
zouden mensen die atheistisch zijn
geen recht hebben op leven.

Zou de kerk beslissen over schuld,
zonde en strafwetgeving.

De scheiding van wet en macht
ligt in het verlengde,
waarin de wet gelijkelijk voor
alle burgers geldt.

Als de wetgeving voor alle burgers geldt,
inclusief president, en ministers,
dan kan de overheid zelf ook niet
langer schuldig zijn aan zelfverrijking,
bevoordeling van machthebbers,
of een dubbele agenda.

Als de wetgeving voor alle burgers geldt,
kan een religieuze organisatie zich
ook niet beroepen op hun zogenaamde
voorkeur door toewijding of genoemde genade.

Als de wetgeving voor iedereen geldt,
alle burgers, zonder daarbij kenmerken
van uiterlijk, cultuur of religie
te laten meetellen de wet als rechtvaardig
wordt gerekend.

De scheiding van wet en macht is
om te voorkomen zoals in landen
met dictatuur wordt gezien,
dat de dictator die zijn macht
niet wil verliezen de wet
opdracht geeft om zijn positie
te behartigen, zelfs de wet te activeren
zonder dan daders of zogenaamde slachtoffers
bij een misdrijf bekend zijn.

De scheiding tussen macht en wet,
is dus om de wet zonder bevoordeling
zonder vooroordelen,
voor iedereen gelijkelijk geldend
te laten zijn.

Binnen de wetgeving, is wel een bepaald
gedeelte van de macht in een land
verantwoordelijk voor de uitvoering
van de wet, binnen de morele en
ethische grenzen die de politiek
of volksvertegenwoordiging stelt.